A

AI (Kunstmatige Intelligentie): Computersystemen die taken kunnen uitvoeren die normaal menselijke intelligentie vereisen, zoals leren, redeneren en problemen oplossen.

AI-assistentie: Ondersteuning door AI-systemen bij het schrijven van code, waarbij de mens nog steeds een actieve rol speelt in het controleren en aanpassen van de output.

AI-hallucinaties: Situaties waarin AI-systemen incorrecte, onlogische of volledig verzonnen informatie of code genereren, wat kan leiden tot moeilijk op te sporen fouten.

B

Bloated code (Opgeblazen code): Onnodige of inefficiënte code die door AI wordt gegenereerd, waardoor de software groter en langzamer wordt dan nodig is.

Boilerplate code: Standaard stukken code die vaak herhaald worden in verschillende programma’s en die AI snel kan genereren zonder veel creativiteit.

C

ChatGPT: Een populair AI-model van OpenAI dat vaak wordt gebruikt voor Vibe Coding door code te genereren op basis van tekstinstructies.

Claude: Een AI-model van Anthropic dat, net als ChatGPT, gebruikt kan worden voor code-generatie op basis van natuurlijke taal.

Copilot (GitHub): Een AI-codeerassistent van GitHub en OpenAI die suggesties geeft tijdens het programmeren.

Cursor: Een code-editor speciaal ontworpen voor Vibe Coding met geïntegreerde AI-assistentie.

D

Debugging: Het proces van het vinden en oplossen van fouten in code, wat bij Vibe Coding extra uitdagend kan zijn als de gebruiker de code niet volledig begrijpt.

I

IDE (Integrated Development Environment): Een softwareapplicatie die programmeurs helpt bij het schrijven en testen van code, vaak met AI-integratie voor Vibe Coding.

L

LLM (Large Language Model): Een type AI dat grote hoeveelheden tekst kan verwerken en genereren, en de basis vormt voor tools zoals ChatGPT en Claude die voor Vibe Coding worden gebruikt.

Low-code/No-code platforms: Ontwikkelomgevingen die weinig of geen handmatige programmering vereisen, vergelijkbaar met maar anders dan Vibe Coding doordat ze vaak visuele interfaces gebruiken in plaats van natuurlijke taal.

M

MVP (Minimum Viable Product): Een product met net genoeg functies om bruikbaar te zijn, vaak snel ontwikkeld met behulp van Vibe Coding om een idee te testen.

N

Natuurlijke taal: Gewone, menselijke taal (zoals Nederlands of Engels) die bij Vibe Coding wordt gebruikt om instructies te geven aan AI in plaats van te programmeren in een specifieke programmeertaal.

P

Prompt: De tekstuele instructie die aan een AI wordt gegeven om code te genereren of aan te passen bij Vibe Coding.

Prompt engineering: De vaardigheid om effectieve instructies (prompts) te schrijven die de AI helpen om betere code te genereren.

Prototype: Een eerste versie van een softwareproduct, vaak gemaakt met Vibe Coding om snel een idee te kunnen testen.

R

Rapid prototyping: Het snel ontwikkelen van een werkend maar nog niet volledig uitgewerkt model van een softwaretoepassing, waarvoor Vibe Coding zeer geschikt is.

Replit: Een online ontwikkelomgeving met krachtige AI-functies voor Vibe Coding, waaronder Replit Agent.

S

Shitcode: Informele term voor code van lage kwaliteit, soms het resultaat van onzorgvuldig gebruik van Vibe Coding.

T

Technical debt: Toekomstige extra werk dat nodig is door het kiezen van een snelle maar niet optimale oplossing nu, vaak een risico bij Vibe Coding.

V

Vibe Coding: Een programmeertechniek waarbij gebruikers via natuurlijke taal AI-systemen aansturen om code te genereren, vaak zonder de code volledig te begrijpen.

W

Windsurf: Een AI-gedreven ontwikkelomgeving die wordt gebruikt voor Vibe Coding projecten.